Minicomputer - de intrede van de computer in de fabriekshal en het laboratorium

In april 1964 werd een computer verkocht waarmee een nieuwe dimensie van de gegevensverwerking werd ontsloten: de directe toepassing op de werkplek, met de pdp-8 van DEC (Digital Equipment Corporation), die op de tentoonstelling te zien is. Tot dan toe werd de toegang tot een gegevensverwerkingssysteem gekenmerkt door de zogenaamde "batchverwerking". De programmeur codeerde en ponste zijn programma en ging met zijn stapel kaarten naar een afgesloten deur, waarachter zich het rekencentrum bevond. Uren later lagen de resultaten samen met de stapel kaarten in zijn postvak.

Schokken en schudden

Het programmeren van de pdp-8 verliep direct, moeizaam en luidruchtig. De getrainde gebruiker bediende de schakelaars aan de voorzijde als een toetsenbord en met een karakteristiek ratelen werd het programma vanaf een ponsband via het telexapparaat ASR 33 ingelezen. De knipperende lampjes op de computer gaven aan dat de schakelingen bezig waren, totdat het apparaat uiteindelijk met schokken en schudden het gewenste resultaat of een foutmelding gaf.

Deze computerervaring was al te krijgen voor 16.000 dollar. Door de pijlsnelle technologische ontwikkelingen kelderden de prijzen zienderogen. Tien jaar later kostte de krachtigere opvolger, de pdp-8/E, nog slechts 4.000 dollar. Het directe contact met de machine, het tijdens de interactie snel groeiende inzicht in de prestaties van het apparaat, maakten de minicomputer snel tot een onontbeerlijk hulpmiddel voor wetenschappers en ingenieurs.

Concurrentie en einde

Maar al snel ontstond er concurrentie. Meerdere ontwikkelaars verlieten DEC en kwamen met eigen machines. Ze beheersten de vereiste technologieën, zoals automatische bedrading en printplaattechiek. Kerngeheugen was gewoon te koop en TTL-circuits, de bouwstenen van de minicomputer, waren verkrijgbaar met een steeds hogere mate van integratie en tegen steeds lagere prijzen. De fabrikanten vergrootten tot slot de prestatieklasse van hun computers: supermini's met uitgekiende besturingssystemen voor timesharing (multi-user)-gebruik werden de standaard op het gebied van technisch-wetenschappelijk computergebruik.

De microprocessor heeft sinds het midden van de jaren tachtig een einde gemaakt aan de ongeëvenaarde opkomst van de minicomputer.