Optische en elektrische telegrafie: de overwinning van de ruimte

Blik in de tentoonstelling
Blik in de tentoonstelling

De optische telegraaf van de Fransman Claude Chappe (1763-1805) markeert het begin van de moderne telecommunicatie. Voorlopers van telegrafie waren de overbrenging van berichten met behulp van trommels, rooksignalen of spiegels en zonlicht. De eerste optische telegraaflijn van Parijs naar Rijsel werd in 1794 in gebruik genomen. Op torens en bergtoppen werden masten met beweegbare armen geplaatst. Aan de verschillende standen waren letters, cijfers en vooraf bepaalde woorden, zinnen en commando’s toegekend. Voor de doorgifte van signalen werden de wijzers van het vorige station met een telescoop in de gaten gehouden. Vervolgens werden de armen van het eigen station in dezelfde stand geplaatst.

Al snel werden overal in Frankrijk, en later ook in Zweden, Engeland en Pruisen, dergelijke lijnen in gebruik genomen, maar uitsluitend voor militaire en politieke doeleinden. Het belangrijkste nadeel van de optische telegraaf was de afhankelijkheid van het zicht en de geringe doorgiftesnelheid. Na 1854 verdwenen ze dan ook snel.

Naald- en wijzertelegraaf

Al in 1753 werd voorgesteld (wrijvings-)elektriciteit te gebruiken voor het doorgeven van berichten. Het vervaardigen van een bruikbare elektrische telegraaf was echter pas mogelijk na de uitvinding van het volta-element (1799) en de ontdekking van belangrijke verbanden in de stroomkring. Tussen 1833 en 1837 voerden Carl Friedrich Gauß (1777-1855) en Wilhelm Weber (1804-1891) daarvoor fundamentele experimenten uit. In 1836 wilde Carl August Steinheil (1801-1870) een telegraaflijn tussen Neurenberg en Fürth aanleggen. Het plan stuitte op verzet van beide steden en werd nooit uitgevoerd.

In Engeland vond de naaldtelegraaf ingang, maar in Duitsland, onder invloed van Siemens & Halske, de wijzertelegraaf. Beide types telegraaf werden al snel verdrongen door de telegraaf van de Amerikaan Samuel Morse (1791–1872). Deze kenmerkte zich door de eenvoudige opzet en de hogere snelheid; relaisstations konden grotere afstanden voor doorgifte overbruggen. In 1844 brak, door de openstelling van de eerste telegraaflijn voor de bevolking, het tijdperk van de moderne telecommunicatie aan.