Methodes, talen, algoritmes - Softwarepioniers

De geschiedenis van de softwarepioniers is nauw verbonden met de ontwikkeling van de eerste programmagestuurde rekenmachines (Zuse Z3, MARK I, ENIAC, COLOSSUS) tijdens de jaren ´40. Hoewel de begrippen hardware en software pas in de jaren ´50 uitgevonden en gepreciseerd werden, waren ze reeds op de eerste computers van toepassing. Computercomponenten zoals het rekenorgaan, het geheugen en het toetsenbord werden al van in het prille begin als hardware beschouwd. Alles wat met computerbesturing via instructies te doen had, werd als software beschouwd. Sommige van deze instructies (bevelen) zijn nodig om gegevens toe te voegen, op te slaan of over te dragen. Een programma is niets anders dan een opeenvolging van instructies die een bepaalde reactie van de hardware uitlokt.

Communicatie tussen mens en machine

Het hoofdprobleem bij de eerste computers was de omslachtigheid waarmee ze geprogrammeerd moesten worden. Duizenden aanwijzingen in de vorm van gecompliceerde machinebevelen moesten op ponsstroken aangebracht worden. Om dit alles te vereenvoudigen, werden zogenaamd hogere programmeertalen ontwikkeld, die mensen "informeler" met computers moesten doen omgaan.

"Plankalkül" van Konrad Zuse

Tussen 1943 en 1945 ontwikkelde Konrad Zuse de programmeertaal Plankalkül. Het idee achter Plankalkül was een echte pioniersprestatie op het gebied van computerprogrammering. Het programma bevatte o.a. concepten om problemen i.v.m. artificiële intelligentie, computerschaak en lijstsortering op te lossen.

Vanaf 1960 maakten de programmeertalen een stormachtige ontwikkeling door. FORTRAN en COBOL, respectievelijk ontworpen door John Backus en Grace Hopper, zijn voorbeelden van hogere programmeertalen, die vandaag de dag nog steeds wijdverspreid zijn. Uiteenlopende problemen van gebruikers, marktinteresses van computerproducenten en experimentdrang van informatici hebben tot het ontstaan van een veelvoud aan programmeertalen geleid. Totnogtoe werden meer dan 1.000 verschillende programmeertalen ontwikkeld. De meeste hiervan zijn op specifieke problemen afgestemd. Tegenwoordig zijn nog iets van een 20 programmeertalen wijdverspreid.

De tentoonstelling in het HNF geeft a.h.v. een stamboom de geschiedenis van de ontwikkeling van programmeertalen weer.